Ik zag op Twitter een bericht uit het Brabants Dagblad voorbij komen. Door “Vorstenburg” viel mijn oog erop. De man op de foto herkende ik niet. Maar toen ik het las raakte het me. Het bericht gaat over mijn mentor van destijds. Over Marius Maas. Waarvan ik wist dat hij aan de Vorstenburg woonde. Het is alweer meer dan 30 jaar geleden dat ik stage bij hem liep. Half januari 1986 studeerde ik af als studie- en beroepskeuze adviseur.

Ik ben  30 jaar gediplomeerd mijn vak aan het uitoefenen. En de basis daarvoor werd gelegd door hem en bij hem, in Uden. Het bureau zat in het kantoor van de Pijnenburg Koekfabriek in Uden. Als je op de wc zat, rook je de koek. Hij woonde erboven. Wij gingen ‘s ochtends in zijn oude brik al zingend ( ‘these boots are made for walking’) naar een school in de buurt of regio. Om adviezen te geven of voorlichting over beroepen en vakkenpakketten. “Je voetbalt?”, vroeg hij dan aan een zesdeklasser. En dan kon hij feilloos de spelpositie raden van die jongen. Ik was enorm onder de indruk en nam me voor dat ik dat ook wilde leren.

En ik heb het geleerd. Door te luisteren, het gesprek te voeren en te kijken. Heel soms door te testen. Maar dus vooral om zingend en fluitend eropuit te trekken en desnoods met je dikke billen op een te klein stoeltje te gaan zitten om een gesprekje te voeren. Over ditjes en datjes. Over vrienden en muziek maken. Lezen of boodschappen doen voor oma. En over hoe het is om middenvelder te zijn.

Ik gun iedereen zo’n mentor. Zo’n man of vrouw die vol overtuiging en met een vanzelfsprekendheid een vak uitoefent. Waardoor je denkt: ‘dat wil ik ook kunnen’. Hij inspireert me nog tot op de dag van vandaag. En Marius weet van niets denk ik.